MoSS Nederland
MoSS Danmark MoSS Sverige MoSS Suomi MoSS United Kingdom MoSS Deutschland
Het wrak van de Vrouw Maria

Bij de boeg is iets van de fraaie versiering van het schip te zien; hier de schoor van de kraanbalk. Foto: Jouni Polkko.

Duikers bij de boeg van het wrak. Foto: Jouni Polkko.

De helmstok ligt dwars over de achtersteven en reikt tot aan de verschansing aan de stuurboordzijde. Bij de helmstok ligt onder andere een intacte glazen fles. Foto: Jouni Polkko

Het wrak van de Vrouw Maria: van schip tot wrak

De scheepsverklaring van de Vrouw Maria geeft ons een beeld van de laatste weken van het schip. Het schip verliet de haven van Amsterdam op donderdag 5 september 1771 met bestemming Sint-Petersburg. Na de Deense douane aan de Sont te zijn gepasseerd, zeilde de Vrouw Maria de Oostzee op in noordelijke richting. Toen het schip de Finse Golf bereikte, had het de steven naar het oosten moeten wenden, richting Sint-Petersburg, maar het voer te lang door in noordelijke richting en liep op de rotsachtige Finse kust.

Volgens het logboek van de Vrouw Maria waren er in de donkere, stormachtige nacht van donderdag 3 oktober twee man aan dek, terwijl de rest van de bemanning zich biddend onderdeks bevond. Het schip sloeg in de duisternis op een rots maar kwam op een grote golf weer vrij en de bemanning kon geen tekenen van lekkage ontdekken. Een poosje later raakte het schip echter opnieuw een onder water gelegen rots en nu verloor het zijn roer en een deel van de achtersteven. Toen het schip weer dreef, constateerde de bemanning dat het ernstig lekte en begon het droog te pompen. Men ging voor anker en liet de zeilen zakken. Bij de pomp was te zien dat het water bijna een meter was gestegen, maar tegen zeven uur 's ochtends was het gelukt het schip droog te krijgen. Vermoeid, besloten de mannen met het bijbootje naar een eilandje in de buurt te roeien om uit te rusten. Zij achtten het te gevaarlijk om aan boord te slapen omdat het weer nog steeds slecht was en omdat het schip wild slingerde op de woelige golfslag tussen de vele eilandjes en onder water gelegen rotsen.

Toen de avond van de 4e oktober viel, verschenen er vijf eilandbewoners. Zij beloofden de volgende dag met zo veel mogelijk mannen terug te keren. Toen de wind afnam, roeide de bemanning terug naar hun schip en borg tien vaten met de nummers 33 tot en met 42. Op een ervan stond "IBG nr. 1". Het water in de Vrouw Maria was bij de pomp tot twee en een halve meter gestegen. De mannen durfden niet langer aan boord te blijven, omdat zij het schip niet droog konden pompen. Uit het logboek blijkt dat er op zaterdagochtend 5 oktober negen eilandbewoners kwamen helpen. Gezamenlijk roeide men naar het schip en begon te pompen. Het water stond toen bijna drie meter hoog. Men pompte de hele dag maar het lukte niet het waterniveau met meer dan zo'n twintig centimeter te doen zakken. De eilandbewoners hielden het ’s avonds voor gezien en ook de bemanning zag zich gedwongen het schip te verlaten.

Zondag 6 oktober was een stralende dag. De kapitein gaf een paar bemanningsleden opdracht hulp te gaan zoeken en ging zelf met de rest van de bemanning weer aan boord om het water uit de Vrouw Maria te pompen. Dat was echter vergeefse moeite en toen de wind weer opstak, waren de mannen genoodzaakt het schip weer te verlaten. 's Avonds arriveerden er zesentwintig eilandbewoners.

De volgende dag, maandag 7 oktober, was het weer mooi weer en gingen de bemanning en de eilanders aan boord. Het water stond nu bijna tot aan het dek en de mannen pompten uit alle macht. Er waren echter koffiebonen in de pomp terecht gekomen, zodat het pompen weinig uithaalde. De bemanning besloot daarom het voorste luik van het laadruim te openen om de lading en misschien toch nog het schip, te bergen. Toen zij het luik open hadden gemaakt, zagen zij echter dat het bovenste laadruim halfvol water stond. Er zat niets anders op dan te redden wat er te redden viel, zo vermeldt het logboek.

Het bergen werd op dinsdag 8 oktober voortgezet. Een deel van de mannen bleef pompen, terwijl anderen vracht uit het schip haalden. Het weer was aanvankelijk goed maar verslechterde later op de dag en er stak wind op, nu niet uit het oosten maar uit het zuiden en zuidwesten, zodat de mannen het schip moesten verlaten. Toen zij de volgende morgen terugkeerden, was de Vrouw Maria niet meer te zien. Er arriveerden twee douanebeambten uit Turku die de geborgen lading en de schipbreukelingen aan boord namen. Een paar dagen later bereikte men met noordenwind Turku, waar de kapitein de scheepsverklaring aflegde.

Registration period for the Portsmouth Seminar over.